Gedichten – 2
In deze serie zal ik gedichten samenbrengen die in mijn optiek vandaag het verdienen niet in de vergetelheid te geraken. Ik zal hierbij geen chronologie aanhouden; wat men leest kan gisteren of meer dan 50 jaar geleden geschreven zijn. Ook zal ik de verzen niet ordenen volgens thema´s; ik presenteer ze vanuit het besef dat ieder vers op zichzelf staat. 13. Vroege verzen van verlangen en verdriet a. de zon zinderde boven zee, haar lichtdeeltjes trilden op de golven recht op mij toe er waren weinig ruim ontblote meiden maar gelukkig dacht ik veel aan god zittend aan zee die dag b. ver weg beneden liep je je liep naar het zeewater in je vrouwelijke gestalte liep je daar, geheel alleen en je wist niet dat ik keek dat is zonde, dacht ik, zo een mooi meisje alleen gelaten, maar bang voor verlangen fietste ik naar huis c. meisje met hengel zo lief van staan naar hurken van hurken naar weer staan de gehele avond geen visje toch bleef ze kijken naar de dobber -oorsprong van mandalawater- zo heilig en rein dat ´t mijn verdorven hart bevrijdde toen zij argeloos, heel even, op haar kontje krabde voelt ze in haar handgreep jongens? droomt ze dobberen en orgasme? of denkt ze gewoon vis? d. Erotiekbeurs Utrecht 13 maart 2003 Ik kijk naar een schilderij waarop een vrouw, een beeldscherm als hoofd, door een man wordt genomen. De schilder komt mij nader en zegt: “De jeugd vindt alles op het internet, ook seks maar een echt mens vinden ze eng.” Ik knik begrijpend ja als ik denk aan mijn pornoverzameling en de vrouw aan mijn arm. e. Dan ontmoeten onze ogen is er geen twijfel bliksemt de waarheid heb ik je gevonden. Ik weet je al, heel diep van binnen weet ik je reeds je hoeft alleen nog maar even binnen te lopen. Weet niet waar je bent, je bent nu overal. Geen idee wat je ophoudt, of je krullen zal hebben of steil haar, maar ik zal je herkennen oog in oog. Verliefd ben ik al, moet je alleen nog even vinden. f. Lig op bed, luister naar geluiden van autoportieren (is zij het?), voetstappen in het trappenhuis, het draaien van een sleutel in het slot dat uit blijft. Van de stellige woorden die ik haar gisteren zei rest nu louter onzekerheid. Waar lopen nu de voeten welke horen in de sokken die hier op de radiator drogen? g. Haar naam is Lulu van de pixels. God´s akker is vandaag van wc-papier. h. Wel onbehoorlijk van God: bekoorlijkheid scheppen en dan zeggen: afblijven! Lekker lichaam, kun je deze lentedag niet een fijne boerka aantrekken? i. Met ons eerste omhelzen viel wereld en historie weg. Dat dit kon! We keken elkaar aan, verbaasd en het wonder herhaalde zich telkenmale. We smolten gaandeweg uit de kleren tot het heiligste der aarde. Onmetelijke passie zo pijnlijk nu! Waar ben je? Wat doe je? Wat denk je en wat voel je? Bemin je de gehele dag door, huil. Sterven is geen klein ding. Was je maar hier. j. Je laatste haren uit het doucheputje geplukt, het was een fantastische tijd hè schat? * 14. Wasgoed Twee lakens aan een waslijn dansend op een lichte bries filmdoeken voor silhouetten van bomen geworpen door de late zon onaantastbare extase twee lakens dansend op een lichte bries speciaal voor mij. * 15. Water Op het water zien we de sierlijke zwaan haar baan op niets af gaan. We spreken over het bestaan hoe denken, -veel te traag-, leven niet bij kan benen. We zien kerk en lucht weerkaatst op wiegende spiegelvlakken, telkens anders, één en ook gebroken. Fonkelend water deinend componeert magnifieke mozaïeken, bij constatering alweer gewist. Vermeend weten zien we breken, versmelten, verdwijnen; we weten niks, wijs is dit water. * 16. Wonderlijk overwegen De nacht bracht beelden van oude vlammen, erotische weelde ontstak zo met begeerte pijn. Er is een groot verschil tussen eenzaam en alleen te zijn. Eenzaamheid is toch wat we er samen van maken. * 17. Een kort consult Hij klaagde over writersblock. Ik adviseerde hem: schrijf het op. * 18. Wetenschap a. Professor Robert Dijkgraaf zeilt vanaf de aarde het melkwegstelsel uit langs de Andromedanevel door ontelbare sterrenstelsels uitkomend bij de snaartheorie een universum suggererend dat wij nooit zullen kennen. b. We zagen iemand liggen in een tuin het beeld zoomde uit door de dampkring, langs de maan en verder, verder, verder. Vervolgens weer terug de aarde andermaal in zicht de dampkring door de mens in de tuin de focus op diens huid erin dringend tot op celniveau en erin. Wat hebben we nu gezien? We keken in de opvattingen van mensen. * De lezer zij gegroet!


