Gedichten – 1
In deze serie zal ik gedichten samenbrengen die in mijn optiek vandaag het verdienen niet in de vergetelheid te geraken. Ik zal hierbij geen chronologie aanhouden; wat men leest kan gisteren of meer dan 50 jaar geleden geschreven zijn. Ook zal ik de verzen niet ordenen volgens thema´s; ik presenteer ze vanuit het besef dat ieder vers op zichzelf staat. 1. Laatste nieuws Soldaat schiet mens neer voor vrede. * 2. Kringloop als de ochtend plots een licht op laat weet iets dat het opeens bestaat wordt speldenknop tot lengend draad leert vrezen dat het weer onder gaat komt tegen dood in het verweer gaat voor antwoord in de leer een ik dat zijn ego offreert natuurlijk, dit gaat steeds verkeerd leg toch weg boog en blazoen wat zullen je pijlen er toe doen als geboorte ongewild van toen je dood al lang reeds baarde? ach ik weet ook niet te allen tijde ´t warrig zoeken voortijds te mijden waar ik ieder houvast uit zie glijden als bewogen door hemel en aarde avond komt met de dageraad dus wacht niet langer, het is al laat wees een punt, vergeet de draad leef waarvoor het leven staat * Broer Erik heeft dit gedicht op muziek gezet.
Kringloop - Muziek: Erik Lips; Tekst: Joost Lips
* 3. Bijgeloof Das nou al de tweede keer dat ik na een bezoekje met een geliefde aan begraafplaats Westerveld binnen een week de vriendin zie gaan. Misschien maar effe mijden die plek. * 4. De man in de stoel a. zichzelf een god gemaakt beseffend geluid van eeuwig stil zelfs wachttijd kenmerkt zijn leven niet zijn klokje wijst voltooide tijd maaltijden herinneren aan verre regelmaat… soms ontwaakt hij uit fluitmelodieën boos op vreugde want niets valt meer op te vullen geen zintuig meer te strelen hij beschouwt dwaze oorlogen buiten hem dat is zijn kleine wijsheid, hij weet: overwinning vraagt om verdediging b. (hij zegt) ik zie mensen naar mijn raam wijzen ze willen zelf niet opgemerkt worden och wereld hardnekkig houdt u vast aan andermans gebreken om zelf onbesproken aan het licht te treden voelt u zich goed u zegt goed voelt u zich slecht u zegt slecht maar de mens is als de varen welke openlijk groeit naar het licht in de wortels verdekt het donker vindt c. overbuurman kijkt ontzet zijn voortuin in waar onkruid zijn beschaving verwoest hij heeft een longziekte zij kent diepe zorgen stiekem een sigaretje als zij boodschappen doet ze doet geen boodschappen maar bezoekt een psychiater d. de melkman trekt immer dezelfde grijns wanneer hij melk voor de deur zet als een kind een bal in zijn kar schopt ligt zijn leven in de war hij wordt niet graag verrast e. bezoek krijg ik nog zelden toch bestaat mij de eenzaamheid niet ik ben waar mijn ogen gaan mijn oren mijn geest zo speel ik met de kinderen in de straat of bezoek nogmaals met moeder de speeltuin in het vijfde levensjaar f. ik hoorde baby´s huilen na pijnlijke geboorten de lach kwam met relativiteitsgedachten zonnen zag ik gedoofd worden in depressies van het één kwam altijd het ander van het ander immer het één onderwijs leerde dit causaliteit te noemen voorwaar: een stervenspad iedere leer ging verloren in een tegenleer betere argumenten andermaal overtroefd het logische spoor bleek immer eenzijdig onzijdig mijn dorsten naar zalig volmaakt g. triestheid is een dwaling vreugde vergist zich daarom liever nooit meer lachen in een spiegel slechts een spiegel zien de wil is uit mijn dagen iedere wet onwaar gebleken het lichaam is mijn huis haar adem mijn berusting het geheugen verteerd in zwijgen mijn leven onvindbaar voor stiltedoven * 5. Alzheimer Boekhouder weet niet meer geld in termijnen te betalen of hoe zijn tikmachine werkt. Gastheer vraagt gast, koffiepot in de hand, waar hij water vinden kan. Hoe de ziekte ook alweer heette is hij vergeten. * 6. Armageddon Mijn collega had gehoord dat deze dag om zes uur in de avond de wereld zou vergaan. “Dan moeten we maar op tijd gaan eten” zei ik want ik had trek. * 7. Bevestiging Eerst doet het je goed, dan zit je eraan vast. * 8. Onvermijdelijk De blower blaast zijn laatste adem, de hakker legt het bijltje neer; als de visser het loodje legt is ook de wees niet langer meer. De ambtenaar rust in vrede als de doodgraver tevreden is; steeds komt ´t op hetzelfde neer: morsdood als een telegrafist. Vluchten heeft geen enkele zin, het sterven hebben wij gemeen; geen mens ontloopt de wisse dood, zelfs een vluchteling gaat eens heen. * 9. Betrapt Een priester beweerde, terwijl het kleine meisje toekeek, dat de woorden die hij schreef direct van God kwamen, waarop het vroegwijs kind vroeg: “Vanwaar dan al dat schrappen?” * 10. Bij de dood van mijn moeder De wereld is een moeder kwijt; ik mis haar op het journaal. * 11. Zenmeester Dogen Zenmeester Dogen zei: “Honderd meter westwaarts gaan is honderd meter oostwaarts gaan.” Begin bij nul. Ga ik honderd meter westwaarts dan schep ik oostwaarts honderd meter herinnering. Dit karmisch feit garandeert terugkeer tot de bron. * 12. Tijdsbesef Oude tijd, vergaan maar bestaand als hellevuur onvervuld verlangen. Och hoor dat arme brein toch: “Laat los! Laat los!”, zo vasthoudend en zie de dwaas stampen op de tijd om er vrij van te zijn immer morgen. De tijd vreet aan al dat het tegen komt, scheidt af zweet en tranen met alsmaar net genoeg vreugde om te doen geloven in zijn beloften. Maar zonder tot iets te komen als een tumor die niets heel laat kruipt dood´s handlanger in lijven en vernedert ze tot as. Slechts in het speldenpunt heden is tijd prenataal of overleden, weggevallen iedere ruimte in onmetelijk wezen. * Groet aan de lezer!



https://robscholtemuseum.nl/joost-lips-gedichten-1/